Vrouwen krijgen een gezicht

Door Paul van der Heijden & Pim Möhring - De Romeinenweek heeft als thema Waar zijn de vrouwen? Pas als we goed kijken, blijken er veel aanwijzingen te zijn voor vrouwelijke leden van de plaatselijke bevolking: rijk en arm, stads en plattelands. Hieronder laten we een aantal opvallende vrouwen uit de Romeinse tijd zien. Zo krijgen de vrouwen van toen weer een gezicht. Soms letterlijk.

Mucronia Marcia & Rufia Materna

Lange tijd was een bijzondere altaarsteen ingemetseld in de Antonius van Paduakerk in Millingen aan de Rijn. In 1837 verkocht de toenmalige pastoor de steen aan het Rijksmuseum van Oudheden. De altaarsteen is opgericht door Mucronia Marcia voor haar overleden dochter, Rufia Materna. En passant noemt ze ook haar overleden man en zoon, beiden Rufius Similis geheten. Vanwege de tekst ging men er van uit dat Rufia Materna een Germaanse priesteres moet zijn geweest, maar dat is inmiddels op goede gronden weerlegd door Emily Hemelrijk. Hoe dan ook markeert de steen een tragische gebeurtenis in een welgestelde familie aan de rand van het Romeinse rijk.

Te zien in: Rijksmuseum van Oudheden, Leiden.
Replica in Millingen aan de Heerbaan.

Literatuur: Hemelrijk, E., Romeinenweek Magazine 2019 (nog te verschijnen)

Mattua

De Bataafse Mattua komen we tegen op een Romeins diploma van haar man Marcus Ulpius Fronto uit 113. Fronto kreeg het diploma en het Romeins burgerrecht toen hij in Pannonië (Hongarije) afzwaaide uit het Cohors I Batavorum. Op het diploma staan ook uitdrukkelijk zijn Bataafse vrouw Mattua en hun dochters Vagatra, Sureia en Sata vermeld. Daarna verhuisde familie wellicht weer, want het diploma raakte ter aarde in Regensburg.

Uit dit bijzondere diploma blijkt dat soldaten hun geliefden soms over lange afstanden meenamen en daar ook een gezin stichtten. Het getuigt bovendien maar weer eens van de ongekende mobiliteit binnen het Romeinse rijk.

Te zien in: Historisches Museum Regensburg, Duitsland.

Literatuur: Driel-Murray, C. ‘Batavians on the Move: Emigrants, Immigrants and Returnees.’ In: TRAC 2011. Proceedings of the Twenty First Annual Theoretical Roman Archaeology Conference. Oxford 2012, pp 115-122.

 

Clarilla van Tongeren

Tussen 1972 en 1981 konden archeologen diverse opgravingen uitvoeren in Tongeren. Zo vonden ze in de Romeinse zuidwest-begraafplaats – in graf 179 – bijzondere grafgiften uit de 4e eeuw: gebruiksvoorwerpen zoals treeften, messen, kannen en borden. Een van de opgegraven borden bleek heel bijzonder, er stond namelijk een naam op: CLARILLAE. Dat betekent zoveel als ‘van Clarilla’ of ‘aan Clarilla’. Of het hier daadwerkelijk gaat om het graf van Clarilla, weten we niet zeker. Maar het onderzoek naar de stoffelijke resten in het graf wijst wel in die richting: de beenderen blijken van een vrouw tussen 25 en 30 jaar oud.

Te zien in: Gallo-Romeins Museum Tongeren, België.

Literatuur: Vanvinckenroye W. 1984. ‘De Romeinse zuidwest-begraafplaats van Tongeren (opgravingen 1972-1981)’, in: Publikaties van het Provinciaal Gallo-Romeins Museum te Tongeren 29. Tongeren, p. 104-105 & pl. 98-100 (graf 179).

Sura

In het Gelderse Huissen deden archeologen uitgebreid onderzoek naar een Romeins grafveld. In één van de graven vonden ze resten van een crematie, vermoedelijk van een vrouw. In hetzelfde graf lag ook een rijk versierde bronzen spiegel. De spiegel dateert uit de 3e eeuw en is waarschijnlijk in Nijmegen geproduceerd. Al in de oudheid is de spiegel gebroken geweest. Minder dan de helft ervan is intact, maar nog wel genoeg om een inscriptie te kunnen lezen: de naam SVRA (Sura). Deze naam kwam in de Romeinse tijd vaak voor in het Donaugebied en werd ook in het Grieks gebruikt. Zou dit het graf van Sura zijn?

Literatuur: Feijst, L. van der, L. Verniers, & E. Blom. De Grafkamer van Huissen. Opgravingen in het kader van de aanleg van nieuwbouwlocatie Loovelden. ADC Archeoprojecten, Amersfoort, 2017, p. 90.