Waar zijn de vrouwen?

Thema Romeinenweek 2019

Van moeders tot echtgenotes, van rijke villabewoonsters tot arme boerinnen. Vrouwen speelden een belangrijke rol in de Romeinse samenleving maar blijven vaak onderbelicht. Ten onrechte. De geschiedenis van Nederland in de Romeinse tijd is de geschiedenis van mannen én vrouwen. Deze Romeinenweek vragen we dan ook: waar zijn de vrouwen?

Lange tijd toonden historici weinig interesse in het leven van Romeinse vrouwen. Antieke literatuur vormde de belangrijkste bron van informatie over de Oudheid en daarin lieten mannelijke schrijvers zich laatdunkend uit over vrouwen. Met de opkomst van de moderne archeologie kwamen daar nieuwe bronnen bij, die een heel ander verhaal vertelden. En door grote veranderingen in de samenleving, zoals de opkomst van het feminisme, gingen onderzoekers andere vragen stellen. Zo ontdekten we een heel nieuw deel van onze geschiedenis.

Baas in eigen huis?
Voor zowel Romeinse als lokale vrouwen lag een belangrijke rol binnen het gezin en de familie. De meeste vrouwen trouwden met iemand uit de eigen omgeving, maar ook huwelijken met Romeinse legionairs of hulptroepen kwamen geregeld voor. Vooral langs de limes, waar soldaten en de lokale bevolking dagelijks met elkaar in contact stonden. Volgens de letter van de Romeinse wet stonden vrouwen onder het gezag van hun mannelijke familieleden. In de praktijk lagen de zaken anders. Als moeders, dochters en echtgenotes konden vrouwen invloed uitoefenen op familiezaken. Aan het hof van de Romeinse keizer bijvoorbeeld speelden first ladies als Livia en Agrippina een belangrijke rol. Ook de Lage Landen kenden machtige vrouwen. Zo beheerde de Dame van Simpelveld mogelijk enorme landgoederen in Zuid-Limburg: de CEO van haar eigen familiebedrijf. Lang niet alle vrouwen hadden zo’n invloedrijke positie. Het Meisje van Yde bijvoorbeeld werd met geweld om het leven gebracht door haar eigen gemeenschap, mogelijk als offer aan de goden.

Aan het werk
Vrouwen bezaten soms behoorlijke vermogens. Zo leende Julia Secunda, wiens naam op het Schrijfplankje van Tolsum verschijnt, geld aan een onbekende Fries. Julia was echter een uitzondering. Thuiszitten was voor rijke dames; de meeste vrouwen moesten hard werken voor hun brood. Op de boerderij, in de werkplaats of in de winkel. Zoals de jonge ‘Gera’ uit Voorburg, of ‘Hilde’ die in de buurt van Castricum het land bewerkte. Het werk was niet altijd plezierig, of vrijwillig. Dicht bij Romeinse legerkampen zoals in Utrecht (Traiectum) waren bordelen te vinden. Hier leidden prostituees – vaak slaven – een onzeker bestaan aan de onderkant van de samenleving.

 

Priesters en godinnen
Meedraaien in de lokale politiek van steden zoals Nijmegen (Noviomagus) was voor vrouwen uit den boze. Maar vermogen gaf sommige vrouwen macht en een rol in het publieke leven. Rijke vrouwen konden optreden als weldoeners en sponsors van lokale gildes. Ook kwamen vrouwen in aanmerking voor priesterschappen, waarin ze toezagen op de correcte aanbidding van de goden. Godinnen zoals Nehalennia, Diana, de Maters ('de Moeders'), Vagdavercustis of Minerva konden rekenen op de gebeden van zowel mannen als vrouwen. Met de komst van het christendom maakten deze godinnen plaats voor Maria en andere vrouwelijke heiligen. Daarmee kwam ook langzaam een einde aan de Oudheid en de Romeinse aanwezigheid in de Lage Landen.

Door Stefan Penders