Op reis met de Romeinen

Thema Romeinenweek 2018

De Romeinen zaten niet stil! De Romeinse aanwezigheid bracht rust en stabiliteit in de Lage Landen. De (relatieve) vrede was een belangrijke prikkel voor mobiliteit. Via wegen, rivieren en de zee overbrugden reizigers grote afstanden. Om winst te maken, hun ambt uit te oefenen of festiviteiten te bezoeken. Van Noord-Afrikaanse commandanten tot Friese handelaren: de Lage Landen vormden een ontmoetingsplek voor mensen van allerlei soort.

Verreweg de meeste bewoners van de Lage Landen gingen te voet op pad. Van de boerderij naar het veld, of van het dorp naar een nabijgelegen markt. Karren en wagens, getrokken door paarden of ossen, zorgden voor het zwaardere werk. De elite kon zich koetsen en comfortabele draagstoelen veroorloven. De Romeinen gaven een belangrijke impuls aan het vervoer over land door de introductie van wegen, die in onze streken bestonden uit aangestampt grind en klei. Dankzij het wegennetwerk kon het Romeinse leger efficiënt informatie en troepen uitwisselen tussen de forten langs de limes en de legioenbasis in Nijmegen. Maar ook de lokale bevolking had er profijt van: het Romeinse wegennetwerk maakte reizen makkelijker en bevorderde de handel.

Waterwegen
Rivieren waren de snelwegen van de oudheid. Reizen over water was relatief snel en efficiënt, zeker voor zware goederen en het vervoer over lange afstand. Romeinse troepen gebruikten Waal, Rijn en Maas voor het transport van bouwmateriaal en voor patrouilles langs de limes. Ook inheemse handelaren gingen de rivier op, in vrachtschepen zoals de Meern I. Varen op de rivier was relatief veilig, maar de zee kon verraderlijk zijn. Vrachtschepen en militaire galeien bleven daarom het liefst dicht bij de kust. Handelaren met zeewaardige schepen waagden via de Lage Landen de overtocht naar Romeins Brittannië. De altaren die ze oprichtten voor de Zeeuwse godin Nehalennia zijn daarvan de stille getuigen.

Reizigers
De Romeinse staat bracht heel wat mensen op de been. Naast regelmatige patrouilles namen Romeinse soldaten in de Lage Landen ook deel aan de campagnes in Germanië, zoals blijkt uit de resten van een marskamp bij Ermelo. Romeinse bestuurders kwamen van verre om in onze streken hun werk te doen, zoals Quintus Domitius Marsianus uit het Afrikaanse Bulla Regia. En ook de keizers zaten niet stil: zo verbleven Traianus en Hadrianus enige tijd in de Lage Landen om de limes te inspecteren en Bataven voor hun lijfwacht in Rome te rekruteren. Met de Romeinse troepen langs de limes ontstonden nieuwe afzetmarkten voor voedsel en goederen, waar Friese, Gallische en Germaanse kooplieden gebruik van maakten. Daarnaast trokken de tempels in Elst en Empel mensen uit de wijde regio om offers te brengen en feesten te vieren. En wat te denken van spelen en ander vermaak in het amfitheater van Nijmegen?

Migratie
Misschien wel de belangrijkste ‘reis’ begon in de vierde eeuw. Grote groepen Franken vestigden zich in de Lage Landen; soms met geweld, soms op uitnodiging van de Romeinse autoriteiten. De Frankische migranten namen hun intrek op het platteland, terwijl Frankische leiders gaandeweg steeds meer bestuursfuncties vervulden onder Romeins gezag. Hieruit ontstonden de Frankische koninkrijken die de overgang vormden van de oudheid naar de Middeleeuwen.

Door Stefan Penders