Neem een duik in het Romeinse verleden!

Thema Romeinenweek 2016

Polders, dijken en kanalen: Nederland heeft een bijzondere band met water. Maar daarin staan we zeker niet alleen. De Romeinen voelden zich ook thuis in en op het water. Van Egypte tot Groot-Britannië bouwden rijke Romeinen badhuizen en fonteinen, voeren grote en kleine schepen van de ene naar de andere haven en werkten soldaten aan kanalen en bruggen. Reden genoeg om deze editie van de Romeinenweek een duik in het diepe te nemen met het thema ‘Water’.

Water was belangrijk voor de inwoners van het Romeinse Rijk. Niet alleen om praktische redenen – om te wassen, te drinken of te bewateren – maar ook in culturele zin. Er werden allerlei mysterieuze eigenschappen toegedicht aan water. Zo zou het water uit de bron Salmacis (nabij het moderne Bodrum in Turkije) mannen vrouwelijk maken, terwijl je van een slok water van de Nijl juist dik en vruchtbaar werd. Voor de Romeinen was identiteit gebonden aan het soort water dat je dronk, de bronnen in jouw buurt of de rivier waarlangs je leefde. Met andere woorden: je bent wat je drinkt!

‘Baden, wijn en de liefde...’
Water is er natuurlijk niet alleen om te drinken. Badhuizen waren een essentieel onderdeel van de Romeinse cultuur. Bezoekers konden er genieten van allerlei hete en koude baden, massages, ‘sauna’s’ en smakelijke hapjes. Keizers en andere rijke Romeinen spendeerden vaak een fortuin aan hun badhuizen, die ze volstopten met kunstwerken. Geen wonder dus dat een belangrijk deel van het sociale leven in steden zich afspeelden in en bij de baden. Toch waren baden niet zonder gevaar. Zonder chloor was het water behoorlijk smerig, en Romeinse moraalridders vonden dat mannen van al dat gebadder slap werden. Tiberius Claudius Secundus, een vrijgelatene uit de 1e eeuw na Christus, wist het heel gevat uit te drukken op zijn grafsteen: ‘Baden, wijn en de liefde bederven ons lichaam, maar baden, wijn en de liefde maken het leven [mooi].’ Badhuizen sloegen ook aan in de Romeinse provincies; in Heerlen is bijvoorbeeld een prachtig exemplaar bewaard gebleven.

Meesterwerken
Maar om al die badhuizen – plus fonteinen, vijvers, tuinen, openbare toiletten, parken en meer – aan de gang te houden, was een constante aanvoer van water nodig. De oplossing kwam in de vorm van aquaducten, die water vanuit verre bronnen naar de steden brachten. Het waren absolute technische hoogstandjes: sommige aquaducten werken nog steeds. In 312 voor Christus liet Appius Claudius Caecus het eerste aquaduct bouwen, de Aqua Appia. Onder de Romeinse keizers zou Rome van water voorzien worden door maar liefst elf aquaducten. Andere steden in het Romeinse Rijk bouwden hun eigen aquaducten. Denk maar aan de beroemde Pont Du Gard nabij Nîmes, maar ook Xanten, Tongeren en Nijmegen hadden een eigen aquaduct.

Trossen los
Natuurlijk was het niet alleen maar een kwestie van badderen en genieten van fonteinen. Waar we nu met alle gemak van plaats A naar plaats B reizen, was dat in de Oudheid een stuk moeilijk. Ondanks de beroemde Romeinse wegen bleef vervoer over land tergend langzaam. Rivieren waren de echte snelwegen van het Romeinse Rijk. De Limes volgde de koers van de Rijn en langs de rivier werd dan ook een groot aantal forten gebouwd. Hier bivakeerden soldaten met een vast inkomen en daar maakten handelaren graag gebruik van. Talloze kooplieden voeren de rivier op en af om de soldatenkampen te bevoorraden. Sommigen waagden de oversteek naar Groot-Brittannië of verder. Langs de kust zouden diezelfde handelaren ongetwijfeld de Romeinse vloot zijn tegengekomen. Grote delen van het Romeinse Rijk grensden immers aan de zee. Om ook die delen van het Rijk te bewaken, zetten de Romeinse keizers hun marine in.

Plezierjachten
Door de jaren heen zijn er heel wat Romeinse schepen gevonden in de Nederlandse bodem. In Zwammerdam bijvoorbeeld, maar ook in Woerden en de Utrechtse wijk Leidsche Rijn. Hoewel het hier om behoorlijke boten gaat, vallen ze in het niet bij sommige van de andere schepen die we kennen uit het Romeinse Rijk. Zo liet Caligula twee gigantische plezierjachten bouwen in het Nemi Meer, die beiden zo’n 70 meter lang waren. Voor wie liever zijn of haar voeten op het droge hield, waren er talloze bruggen. Hoewel we in Nederland misschien niet opkijken van een brug meer of minder, waren ze in de Romeinse tijd echte hoogstandjes van techniek. Romeinse keizers waren zo trots op hun bruggen, dat ze die in sommige gevallen lieten decoreren met triomfbogen.

Door Stefan Penders