De vrouwen van Kampen

Door Wouter Hinrichs - Kampen staat in bekend als een machtige Hanzestad, die van de vijftiende tot en met de zeventiende eeuw grote rijkdom kende. Gedurende deze periode woonden ook veel vrouwen in Kampen, wiens verhalen helaas minder verteld worden dan die van mannelijke tijdsgenoten. Tijdens de Romeinenweek organiseert Carin Koopman van cultuurZIEN een prachtige tour langs belangrijke plekken uit deze verhalen in de oude binnenstad van Kampen. Met speciale aandacht voor hun Romeinse wortels.

Gelijkenissen

De situatie van vrouwen in zeventiende-eeuws Kampen vertoonde veel gelijkenissen met die van vrouwen in de Romeinse tijd. Net zoals in de Romeinse tijd werd van vrouwen in Kampen verwacht dat zij hun mannen gehoorzaamden en alleen actie ondernamen met hun toestemming. Toch moesten de familiezaken beheerd worden als de mannen op reis waren voor handel of oorlog, een situatie die in de Romeinse tijd ook vaak voorkwam. De vrouwen in Kampen waren kundig opgeleid en hadden goed verstand van de bedrijfszaken van hun echtgenoten. Vrouwen waren dus net zoals in de Romeinse samenleving onmisbaar voor de stad en het land.

Romeinse smaak

Tijdens de stadswandeling zien we overal invloeden van de Romeinse architectuur. Vanaf de renaissance wordt Romeinse architectuur zeer populair. Zo ook in Kampen en dat is te zien. We stoppen bij de Lutherse kerk aan de Burgwal. De kerk is gebouwd in de vorm van een Romeinse tempel: een vierkante plattegrond, een bordes met grote zuilen en Romeinse versieringen. Even later komen we een ander bijzonder gebouw tegen. In de gevel van het huis zien we enkele figuren uitgehouwen. Het zijn echter niet zomaar figuren, het zijn gevelbeelden van de Romeinse god Dionysus en godin Ceres.

Heksen in Kampen

We zijn in het stadspark, vlakbij een van de oude stadspoorten. Op deze plek lag een Middeleeuwse gracht. Hoogstwaarschijnlijk heeft Geesje Claes hier meerdere keren de waterproef moeten doorstaan. De waterproef was een “techniek” om te kijken of een vrouw een heks was door de verdachte in het water te gooien. Bleef ze drijven, dan was ze een heks. Verdronk de vrouw, dan was ze geen heks. Geesje was een kruidenvrouw en werd door het stadsbestuur verdacht van hekserij en werd opgesloten in een muurtoren, vlakbij een van de poortgebouwen. Ondanks dat zij beweerde onschuldig te zijn, werd ze vreselijk gemarteld. Toch overleefde Geesje de martelingen en de daaropvolgende waterproeven. Doordat ze niet verdronk werd ze als heks veroordeeld. Opmerkelijk is dat ze hiervoor niet de doodstraf kreeg (wat toentertijd de gewoonte was), maar een gevangenisstraf. Het gerucht gaat zelfs dat ze haar vrijheid uiteindelijk terug kreeg!